Home  »  Informatie  »  De mensen van okk

Liesbeth Grootendorst

De mensen van OKK: Liesbeth Grootendorst

 

In de mensen van OKK komen personen aan het woord die iets met de vereniging te maken hebben. Bestuursleden, begeleidsters en trainsters, leden, van jong tot oud. In deze aflevering is de beurt aan Liesbeth Grootendorst.

 

,,Ik kom uit een korfbalfamilie’’, vertelt Liesbeth Grootendorst. ,,We hadden thuis zes kinderen en op mijn oudste broer na zaten ze allemaal op korfbal. Ik wilde dat niet, want ik houd niet van balsporten. Ik was als kind al gek van acrobatiek, draaien en alles wat daarmee te maken heeft. Ik wilde turnen en dat deed mijn oudste broer dus.’’

,,Ik ging wel eens bij hem kijken, onder meer bij de uitvoeringen, die toen in de Elektrozaal waren. Dat vond ik allemaal prachtig. Ik wilde heel graag op turnen, maar dat mocht dus niet. Wij woonden in Bolnes en de turnzaal was in Slikkerveer. Daar mocht ik niet naartoe. Pas toen ik twaalf was, mocht dat wel en toen ben ik meteen begonnen met turnen.’’

Het turnvirus had haar lang daarvoor al te pakken, maar toen ze eenmaal echt was begonnen, werd het alleen maar erger. Tot haar 22e turnde ze zelf, bij OKK en bij een selectiegroep in Rotterdam. Dat vond ze geweldig om te doen, maar haar werkelijke roeping vond ze in het lesgeven. ,,Ik was 15 toen ik begon met assisteren en daarna ben ik zelf les gaan geven. Bij OKK, maar ook bij andere verenigingen.’’

,,In de beginjaren gaf ik les aan alle groepen: recreanten, selectiegroepen, jongens en kleuters. Ook nam ik de selectiegroep in Ridderkerk op me en Hans Mom trainde de selectiegroep in Slikkerveer. Het grappige was dat we zelfs wedstrijden turnden tegen elkaar, terwijl we van dezelfde vereniging waren. Na een paar jaar zijn de twee groepen samengegaan en sindsdien hebben wij samen lesgegeven. Inmiddels doet hij de bovenbouw en ik al jaren de onderbouw.’’

Gaandeweg gingen er wekelijks steeds meer uren in het lesgeven zitten. Zo veel, dat de vraag opkomt wat lesgeven nou zo leuk maakt? ,,Ik vind het leuk om iets over te brengen op kinderen’’, antwoordt ze meteen. ,,Vooral als kinderen iets niet kunnen en na een paar weken oefenen kunnen ze het wel, dat vind ik heerlijk. En dat hoeft echt niet per se bij een selectiegroep te zijn. Ook heb ik het werken met kinderen altijd heel leuk gevonden.’’

Naast meiden, heeft ze samen met Marcel de Graaf vroeger ook lesgegeven aan de jongenselectie. ,,Daar zaten veel goede jongens in’’, weet ze. ,,Zoals Bart Deurloo. Hij is als zesjarige bij ons begonnen en later is hij de topsport ingegaan. Hij wordt nu getraind door Jeroen Jacobs en die heeft ook van mij les gehad. Dat is wel grappig, dat de turner en trainer allebei bij mij zijn begonnen. Niet dat ze daarom zo ver zijn gekomen hoor, haha. Ze waren gewoon goed en er waren er meer, alleen hebben ze het niet allemaal volgehouden. Je moet er veel voor over hebben om 25 uur per week te trainen.’’

Voordat ze getrouwd was, woonde en werkte Liesbeth ook nog zo’n tien jaar in Den Haag. Ze bleef de selectiegroepen van OKK trainen, maar minder dan daarvoor. ,,Ik werkte in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik gaf daar sportles aan allerlei doelgroepen. Jong, oud, verslaafden, echt van alles. Ik gaf alle sporten: gymmen, zwemmen, fietsen, schaatsen, je kunt geen sport bedenken of ik gaf dat daar. Ook balsporten, al vond ik dat inderdaad minder leuk.’’

Na haar trouwen keerde ze terug naar Ridderkerk, waarna ze weer meer groepen van OKK ging lesgeven, evenals verschillende groepen in Heerjansdam. ,,Tegenwoordig train ik alleen nog de meiden van de selectiegroepen van OKK. Drie keer in de week en dat vind ik genoeg. Sinds kort zit ik ook in het bestuur. OKK is mijn vereniging, daar doe ik gewoon alles voor. Ik zit al zo veel jaar bij deze vereniging, het is een soort familie geworden. Nu ik minder les kan geven, wilde ik iets betekenen als bestuurslid. In het bestuur bemoei ik me vooral met de verschillende groepen, dat vind ik toch het aller leukste.’’

Haar drie kinderen hebben allemaal geturnd, maar doen inmiddels allemaal iets anders. ,,Mijn zoon Michiel heeft in de jongensselectie gezeten en geeft nu les op de sportschool; spinning, breakdance en bootcamps. Mijn andere zoon, Jeroen, zit op badminton en heeft afgelopen jaar in Afrika de marathon gelopen. Mijn dochter zit op de Pabo en zij gaat gymles geven. Ik zag daar laatst een video van en het was net alsof ik mezelf zag staan. Ook zit zij op thaiboksen. Dat vond ik aanvankelijk maar niks, maar uiteindelijk heb ik gezegd dat ik het toch wel stoer vind.’’

Zelf heeft ze tot haar 22e geturnd. Daarna deed ze naast het lesgeven veel aan badminton en tennis. ,,Nu zwem ik soms, maar ik fiets vooral veel.’’ Haar kleinzoon van twee is ook al sportief, maar dan wel met een bal: ,,Hij is heel goed in voetbal, dus dat gaat de verkeerde kant op, haha. Misschien moeten we maar een rekstok neerzetten in de tuin. Nee hoor. Ik houd zelf niet van balsporten, maar het is geweldig om te zien wat hij nu al met zo’n bal kan.’’

Liesbeth Grootendorst spreekt vol passie en liefde over OKK, maar ze wil ook een kritisch puntje aanhalen: ,,Ik geef al heel wat jaren les en altijd hebben we de zalen moeten delen en dus elke les alle toestellen moeten opzetten en afbreken. Ik had gehoopt dat dit met de nieuwe zaal over zou zijn, maar helaas... Ik vind het jammer dat Ridderkerk ons geen eigen zaal heeft gegund. Het is steeds weer zo’n klus. Gelukkig zijn we met drie trainers en krijgen we veel hulp van ouders, maar ik had gehoopt dat het niet meer nodig zou zijn.’’

,,De uitvoering is ook helemaal mijn ding’’, vertelt Liesbeth aan het eind van het gesprek. ,,Daar proberen we elk jaar weer iets moois van te maken. De aankleding vind ik heerlijk om te doen. Ik denk dat ik wel vijftig kostuums op zolder heb liggen en mijn zoon Jeroen verzorgt met zijn bedrijf al jaren de lichtshow. De kinderen kijken altijd erg naar de uitvoering uit. Het is steeds veel werk, maar altijd de moeite waard. Mijn fantasie slaat alleen soms op hol, haha. Gelukkig zijn we er met z’n allen om alle ideeën te stroomlijnen en er weer een geweldig evenement van te maken.’’

 

Deborah van der Pol

Deborah van der Pol

In de mensen van OKK komen personen aan het woord die iets met de vereniging te maken hebben. Bestuursleden, begeleidsters en trainsters, leden, van jong tot oud. In deze aflevering is de beurt aan Deborah van der Pol.

 

,,Ik stond thuis op de bank altijd op mijn kop en daarom vonden mijn ouders het een goed idee als ik zou gaan turnen’’, vertelt Deborah van der Pol (29). Ze was zes toen ze lid werd van OKK. ,,Mijn ouders woonden in Rijsoord, dus daar ben ik begonnen. Uiteindelijk stroomde ik door naar de selectie en de wedstrijdgroep. Wat ik leuk vond aan turnen was de variatie. Bovendien vond ik het gezellig.’’

,,Vriendinnetjes en nichtjes zaten ook op OKK en ik leerde andere meiden kennen. Ik vond het vooral leuk, was niet zo’n wedstrijdmeisje. Wedstrijddagen waren niet mijn favoriete dagen. Ik vond het niet prettig als al die mensen naar me keken. Nu heb je de 16-plus groep, die turnen elke week, maar doen niet mee aan wedstrijden. Dat was wel iets voor mij geweest, maar destijds bestond dat niet. Daarom zette ik er een punt achter.’’

Deborah heeft net de 12-plus groep getraind in De Werf als ze vertelt over haar eigen turncarrière. Die duurde tot ze veertien jaar was. ,,Toen ben ik gestopt. Ik zat in een groep met veel meiden die ouder waren dan ik. Steeds meer daarvan haakten af en daarom vond ik het steeds minder leuk. Ik gaf al les en dat vond ik eigenlijk leuker om te doen.’’

Op haar twaalfde had zij haar assistentendiploma gehaald. ,,Ik hielp bij de kleutergroep aan de PC Hooftstraat. Ik heb werken met kinderen altijd leuk gevonden. Ik paste ook veel op en vond het daarom leuk om te helpen bij de turnlessen. Later heb ik mijn licentie gehaald en mocht ik zelf training geven. Ik ben begonnen als hulpleiding in Rijsoord en daarna heb ik die groep overgenomen. Ik was toen 17 en doe dat nu dus al twaalf jaar.’’

In Rijsoord heeft ze elke maandag drie groepen onder haar hoede: 4-7 jaar, 7-9 jaar en 9-12 jaar. Op woensdag traint ze de 12-plus groep in De Werf en op zaterdag helpt ze bij de selectie-meiden. ,,Ik vind het heel erg leuk om kinderen lol te zien hebben. Ook is het een uitdaging om ze dingen bij te leren en ze te zien groeien. Zien dat kinderen plezier hebben geeft voldoening. Zelf turnen vond ik leuk, maar lesgeven vindt is eigenlijk nog leuker.’’

In het dagelijks leven werkt Deborah als orthopedagoog. ,,Ik werk met kinderen met ontwikkeling- en leerproblemen. Dat is iets anders dan turnles geven, maar juist de combinatie vind ik leuk. Mijn werk kan geestelijk vermoeiend zijn en dan is het heerlijk om daarnaast op een actieve en creatieve manier bezig te zijn.’’ Want naast sportief - Deborah doet tevens aan fitness - is ze creatief. Die creativiteit kan ze onder meer kwijt in de jaarlijkse uitvoering van OKK.

,,Ik hielp al langer, maar sinds 2008 ben ik echt betrokken bij de uitvoering. Ik vond dat vroeger al het leukste evenement van het jaar en dat is nog steeds zo. Dat begint al bij het bedenken van het thema en daarna via het oefenen naar de avond zelf.’’ Deborah fungeert als aanspreekpunt voor de leiding van alle groepen, die elk apart aan hun nummers werken. De voorbereidingen beginnen voor de zomervakantie en de werkzaamheden lopen door tot eind november, als de dvd’s zijn verspreid.

,,Er zijn er al veel geweest, maar toch lukt het steeds weer om een origineel thema te bedenken. Afgelopen jaar hebben we voor het eerst via Facebook een oproep gedaan. Daar kwam het junglethema uit, dat is bedacht door een meisje uit de 12-plus groep. Ik vond het leuk om leden al in een vroeg stadium op deze manier bij de uitvoering te betrekken. Dan maak je ze al een beetje warm voor de uitvoering.’’

Als het thema bekend is, kunnen alle leidsters opgeven welke muziek ze willen gebruiken. ,,De eerste inzendingen komen vrijwel meteen binnen en soms kiezen verschillende groepen dezelfde muziek. Dan moeten we daar keuzes in maken, want elke groep moet iets anders doen. Na de zomervakantie beginnen de groepen vervolgens met het instuderen van hun nummers en wij zorgen er dan voor dat het een doorlopende en avondvullende voorstelling wordt.’’

Om de uitvoering goed te laten verlopen, wordt overal over nagedacht. ,,Zo werken we met redelijk vaste opstellingen, zodat er niet te veel toestelwissels zijn. Die kosten immers veel tijd. Binnen die redelijk vaste opstellingen wil je wel zo veel mogelijk variatie om de show boeiend te houden. Het is steeds weer een uitdaging om alles in elkaar te zetten. De kinderen vinden de uitvoering een hele happening. Je eigen nummers opvoeren, maar ook naar andere groepen kijken.’’

,,Bij de groepen in Rijsoord is één van de eerste vragen die de meiden stellen: ‘Wat mogen we aan?’ De kostuums vinden ze belangrijker dan de muziek die we gaan gebruiken, haha. Het is een sport om voor een minimaal budget kostuums te vinden en ik vind het heerlijk om dingen zelf te maken. Met aparte kostuums ziet het er toch mooier uit. Wij hadden deze keer een papegaaiennummer. ‘We krijgen toch wel vleugels?’ wilden ze weten. En dan gaan wij dus aan de slag.’’

In 2015 bestaat OKK 120 jaar en dus ligt het voor de hand om een feestelijke thema aan te wijzen voor de uitvoering. ,,Het thema feest is nog niet zo lang geleden geweest, dat gaat hem dus niet worden. Daar moeten we nog goed over nadenken. Misschien schrijven we wel weer een wedstrijd uit via Facebook, maar wie nu al een leuk idee heeft, kan dat altijd aan mij laten weten...’’’

 

Sabine Fioole en Rianne van 't Wout

In de mensen van OKK komen personen aan het woord die iets met de vereniging te maken hebben. Bestuursleden, begeleidsters en trainsters, leden, van jong tot oud. In deze aflevering is de beurt aan Sabine Fioole en Rianne van ’t Wout.

 
,,Het verschil tussen meiden en jongens turnen?’’ Sabine Fioole en Rianne van ’t Wout hoeven er niet lang over na te denken. ,,Jongens hebben meer energie en ze hebben meer uitdaging nodig. Ze durven ook meer, hebben meer lef.’’ Sabine en Rianne kunnen het weten. Zij geven al zo’n vijf jaar samen les geven aan de jongens van OKK.
 
 
,,De jongensgroep bestaat sinds 2001, maar op een bepaald moment waren er nog maar vijf, zes jongens over’’, vertelt Rianne. Het was bijna zo dat de stekker eruit ging, maar zij hebben zich hard gemaakt voor de groep. ,,We hebben van alles geprobeerd, zoals vriendjesmiddagen.’’ Sabine: ,,Al snel werd het aantal heren groter, we moesten er zelfs twee groepen van maken.’’ Rianne: ,,Binnen een jaar was de groep verdriedubbeld. Ouders gingen zelfs vragen of hun zoontje niet twee keer per week kon trainen.’’
Naast hun eigen inspanningen speelden ook de successen van topturner Epke Zonderland volgens de trainsters een rol bij de toegenomen populariteit van het jongensturnen.  ,,Daarvoor werd gezegd: turnen is voor meisjes’’, zegt Sabine. ,,Nu is turnen stoer en willen steeds meer jongens erop. Als ze worden uitgelachen, wijzen ze op Epke. Dat doen wij ook. Ze kunnen hun klasgenootjes ook laten zien wat ze allemaal kunnen.’’
,,Wij hebben altijd serieus aangepakt’’, vertelt Rianne. ,,Zijn ons gaan specialiseren en hebben speciale cursussen gevolgd. Sabine: ,,Als je ziet wat ze nu allemaal kunnen, dan zijn wij daar best trots op.’’ De jongens zijn bovendien zelfstandiger geworden: ,,Wij hebben ze meer vrijheid gegeven en nu helpen ze elkaar ook veel. Het is een hechte groep en heel erg enthousiast’’, vertelt Sabine. Rianne vult aan: ,,We kunnen ze af en toe in de maling nemen, het is ook hartstikke gezellig.’’
De trainsters hebben zelf ook een lang verleden bij OKK. Rianne (25) was acht toen ze bij de recreanten begon: ,,Voordat ik op turnen ging, heb ik eerst een aantal andere sporten afgezocht. Ik heb een paar proeflessen gevolgd, onder meer bij ballet en zwemmen. Zwemmen heb ik trouwens ook lang gedaan, maar turnen was het meteen helemaal. Ik moest op een bepaald moment kiezen tussen zwemmen en turnen en toen is het dat laatste geworden.’’
,,Ik was daar gelijk helemaal weg van. Het leuke vind ik dat je zo lang bezig kunt zijn om iets te leren en om iets te leren moest je soms eerst andere stappen daarvoor onder de knie krijgen. Dat is overigens meteen wat bij jongens anders is. Die vinden dat ze iets meteen moeten kunnen, hebben minder geduld. Zij willen meteen de moeilijke dingen doen.’’
Sinds haar negende deed Rianne aan wedstrijdturnen, maar in 2008 zette ze daar een punt achter. ,,Ik was eigenlijk helemaal gestopt, maar al snel was ik er weer. Nu doe ik het alleen maar voor de lol, bij de 16-plusgroep en dat bevalt goed. Je kunt daar lekker je eigen ding doen en hoeft niet elke keer hetzelfde te doen.’’
Sabine (29) begon met turnen toen ze 6 of 7 was. ,,Een logische stap’’, zegt ze. ,,De hele familie zat op turnen. Mijn vader heeft geturnd en les gegeven, mijn moeder ook. Mijn oudste zus is de enige die nooit geturnd heeft, de andere drie dochters wel. Ik ging dus gewoon mee en heb het altijd naar mijn zin gehad bij OKK. Ik ben als recreant begonnen en daarna naar de b-selectie gegaan.’’
In 2005 moest zij daar noodgedwongen mee stoppen: ,,Er was een auto over mijn voet gereden. Door die blessure heb ik bijna drie jaar met krukken gelopen en vervolgens ging het over in een hernia. Eigenlijk is het nog steeds niet over. Ik geef sinds mijn twaalfde les. Mijn zusje ging op haar vijfde op gym. Ik ben een keer gaan helpen en nooit meer weggegaan. Op mijn dertiende heb ik de eerste assistentencursus gevolgd en op mijn vijftiende haalde ik mijn licentie om les te geven.’’
,,Ik haal heel veel voldoening uit het lesgeven en probeer me ook steeds bij te scholen. Ik ben helaas noodgedwongen gestopt met turnen, maar met lesgeven ben ik altijd doorgegaan. Ik heb veel groepen gedaan. De kleuters, de 6-7 jaar groep, 8-9 jaar, 10-11 jaar en 12 jaar en ouder.’’ Ook Rianne heeft inmiddels veel groepen onder haar hoede gehad, maar allebei noemen ze de jongensgroep als favoriet.
,,Wij zijn allebei geen meisjes-meisjes’’, stelt Sabine. ,,Misschien komt het daardoor.’’ Hoe lang ze er nog mee doorgaan durven ze niet te zeggen. Ze hebben allebei een drukke baan (Rianne als leerkracht op de basisschool en Sabine als adviseur op het gebied van orthopedische hulpmiddelen) en het valt niet altijd mee om werk en lesgeven bij OKK te combineren. ,,We kijken nu al een beetje wie ons ooit zou kunnen opvolgen’’, geeft Rianne toe. ,,Misschien dat we zelf onze opvolgers intern kunnen opleiden, want jongens lesgeven is echt heel anders dan meisjes.’’ Voorlopig blijven ze ‘hun’ jongensgroep echter trouw: ,,Dat is het laatste dat we willen opgeven’’, besluiten ze.

Jacomien de Jong

In de mensen van OKK komen personen aan het woord die iets met de vereniging te maken hebben. Bestuursleden, begeleidsters en trainsters, leden, van jong tot oud.

In deze aflevering is de beurt aan Jacomien de Jong.

 

,,De familie Bisdom, die van OKK? Dat wist iedereen in Ridderkerk.’’ Jacomien de Jong (69) lacht en bladert nog eens in het boekje dat verscheen toen OKK in 1995 honderd jaar bestond. Op verschillende pagina’s komt ze foto’s tegen waarop ze zelf staat, een van haar broers of zussen of haar vader. Vooral haar vader. Hij zat immers jarenlang in het bestuur van de vereniging. ,,OKK was zijn alles. Hij overleed in 1986 op 83-jarige leeftijd. Hij stierf op 1 november, de oprichtingsdatum van OKK...’’
,,Mijn vader was heel sportief. Tot boven zijn zestigste kon hij nog handstanden maken op een brug. Hij is trainer geweest van het eerste van voetbalvereniging Slikkerveer, was een fanatiek zwemmer en deed dus aan turnen. Vooral turnen. Hij gaf elke avond van de week les van 19.00 tot 22.00 uur. Voor OKK had hij alles over. Wij zaten thuis allemaal op turnen. We waren met zes kinderen. Eén broer is spastisch, hij turnde niet, maar de anderen hebben allemaal op OKK gezeten.’’
 
Zelf werd Jacomien op haar derde lid van de vereniging. ,,De lessen werden toen gegeven in de gymzaal van de school die zat waar nu de Oudheidkamer is. Als driejarig kind nam mijn vader mij voor het eerst mee en sindsdien ben ik lid. Ik ben overigens niet het langste lid, er is een dame die langer lid is van OKK dan ik en zij is ook nog steeds actief met onze damesgroep op dinsdagavond.’’
,,Ik vond turnen als kind meteen leuk om te doen. Op mijn zestiende ben ik nog kampioen geweest van de kring Dordrecht en omstreken. Daar trainden we op zaterdag speciaal voor in een zaaltje in Dordrecht. Dat was veel amateuristischer dan nu. Je moest zelf je oefeningen verzinnen, maar er werd wel apart getraind met een soort elitegroepje. Er zaten een stuk of drie, vier jongens van OKK in die groep en ik zat daar volgens mij als enig meisje uit Ridderkerk bij.’’
Ze herinnert zich dat er vroeger twee keer per jaar een uitvoering was van OKK. ,,In de zomer op één van de sportvelden van de Ridderkerkse verenigingen. Na die uitvoering hielden we een optocht met de muziekvereniging door de straten van het dorp. En in de winter was de uitvoering in een soort theater aan het eind van de Nassaustraat. Na de middagvoorstelling werd er een film gedraaid voor de jeugd. Laurel & Hardy of Charlie Chaplin. En ’s avonds was er na de voorstelling een bal voor de ouderen.’’
De vereniging telde toen veel meer leden dan nu, veel Ridderkerkse meiden en jongens zaten op OKK. ,,Ik herinner me dat we met half Slikkerveer naar de zaal liepen. Op donderdagen waren er geen lessen, maar dan kregen wij de sleutel en dan gingen we alsnog turnen. Met de meiden en jongens uit de buurt. Dat was altijd heel gezellig.’’ Naast het sporten zelf, zette de familie Bisdom zich op allerlei gebieden in voor de vereniging: ,,Als ze bij de vereniging hulp nodig hadden en dat vroegen, dan gingen wij helpen.’’
Goede herinneringen heeft ze ook aan de jaarlijkse zomerkampen in Arnhem, en later Beekbergen. ,,Daar kwamen kinderen uit heel Nederland. Ik heb nog steeds contact met meisjes die ik daar heb leren kennen. We zaten daar soms zes weken, mijn ouders waren er ook om te helpen. Met zestien meiden in een tent. We turnden niet, want er waren geen toestellen. Wel deden we allemaal leuke dingen. Speurtochten, zwemmen, het indianenspel. Daar keek je het hele jaar naar uit. Mijn broer heeft daar zijn vrouw leren kennen. Tijdens die kampen zijn sowieso heel wat huwelijken ontstaan.’’
Jacomien stopte met selectieturnen toen ze verkering kreeg. Wel is ze altijd als recreant blijven turnen en ze heeft lesgegeven aan verschillende groepen. ,,Toen ik 37 was ben ik daarmee gestopt. Ik vond het genoeg geweest, de jeugd mocht het overnemen. Ook mijn kinderen Monica en Richard hebben geturnd en mijn kleinkinderen hebben allemaal op turnen gezeten. Zodra ze konden, nam ik ze mee naar ouder en kind gym. Sommigen bleven hangen, anderen stopten ermee.’’
Doordat ze met haar kleinkinderen meeging, is ze uiteindelijk begeleidster geworden bij ouder en kind gym. ,,Ik ben daar ingerold. Eén van de begeleidsters stopte ermee en toen hebben ze mij gevraagd. Ik vind het leuk en het loopt goed. We hebben een tijdje één groep gehad, maar sinds september hebben we er weer twee. We krijgen veel hulp van de beheerder van de sporthal bij het klaarzetten van de spullen, maar een uur voor we beginnen zijn we al in de zaal om alles in orde te maken.’’
,,Ik ben inmiddels 66 jaar actief voor OKK. Alleen tijdens mijn zwangerschappen ben ik twee keer tijdelijk gestopt, maar verder ben ik er nooit afgeweest. Ik heb er zelfs nooit over nagedacht om te stoppen.’’ Op dinsdagavond gymt ze nog steeds elke week in Slikkerveer met de damesgroep. ,,We zijn met zijn twintigen en dat is nog steeds hartstikke leuk om te doen. We zijn er vrijwel allemaal elke week trouw.’’
,,We krijgen les van twee verschillende docenten en dat zorgt ervoor dat het afwisselend is. Buikspieren, rug, benen, armen, alles komt aan de beurt. De oudste dame van onze groep wordt aan het eind van dit jaar tachtig en doet nog steeds alles mee. Daar heb ik echt bewondering voor. Zelf wil ik ook doorgaan zo lang het kan. Waarom zou ik stoppen? Natuurlijk heb ik wel eens pijntjes, maar als je stopt komt alles alleen maar meer vast te zitten. Dus we blijven maar gewoon gaan. Voor de sociale contacten, maar ook om soepel te blijven.’’

Caroline Mom

In de mensen van OKK komen personen aan het woord die iets met de vereniging te maken hebben. Bestuursleden, begeleidsters en trainsters, leden, van jong tot oud. In deze aflevering is de beurt aan Caroline Mom.

 

Als klein meisje zag zij zichzelf nog niet op hoog niveau turnen. Caroline Mom (24) ging wel eens met haar vader mee, die toen al trainer was van de A-selectie. ,,Ik zat op gym, maar was niet van plan om hoog te gaan turnen. Ik vond het veel te spannend.’’ Inmiddels turnt ze al jaren op hoog niveau en is ze bepaald nog niet van plan er een punt achter te zetten.
Haar wieg stond nog net niet in de gymzaal, maar dat ze lid zou worden van OKK stond eigenlijk wel vast. ,,Mijn vader gaf les aan de selectie, mijn moeder zat op gym en kwam later in het bestuur. Ook mijn oudere broer heeft op turnen gezeten. Ik was vier toen ik op kleutergym ging. Ik werd daarna al snel gevraagd voor de B-selectie. Drie maanden later turnde ik mijn eerste wedstrijd. Ik was toen zes. Een jaar later zat ik bij de A-selectie.’’ 

,,Ik had blijkbaar talent en heb me bij de B-selectie redelijk snel ontwikkeld’’, kijkt ze terug op die beginperiode. ,,Ik was niet heel erg lenig, nog steeds niet eigenlijk, maar had wel veel kracht. Natuurlijk vonden mijn ouders het leuk dat ik bij de selectie ging turnen, want zij waren al actief bij OKK. Vanaf het moment dat ik bij de A-selectie kwam, werd turnen steeds belangrijker voor me.’’ 
,,Ik trainde veel. Tot en met groep 8 deed ik naast de selectietraining ook nog aan recreatief turnen. Elke vrijdag, met vriendinnetjes. Het kon mij niet vaak genoeg zijn. Ik vond turnen belangrijker dan school. Toen ik op de middelbare school zat trainde ik elf en half uur per week. Ik was soms om vier uur uit en racete met mijn turntas meteen naar de Graaf Lodewijkstraat om te trainen.’’ 
Ze is zo weg van turnen, dat ze het wel eens een verslaving noemt. ,,Ik had er veel voor over. Nog steeds, al besteed ik nu meer tijd aan lesgeven. Het vraagt discipline, zeker toen ik nog op school zat. Ik moest goed plannen. Ik probeerde veel huiswerk in het weekend al af te hebben. Ik deed er alles voor om geen training te hoeven afzeggen. Ik deed de HAVO en haalde goede cijfers. Ik kon ook VWO gaan doen, maar dat heb ik niet gedaan, omdat het dan lastiger combineren zou zijn.’’ 

Wat ze nou precies zo leuk vindt aan turnen, vindt ze lastig uitleggen: ,,Ik vond het altijd een uitdaging om nieuwe dingen te leren. Over de kop gaan vind ik nog steeds geweldig en ik vind het heerlijk om ergens voor te trainen. Eerst sport, dan de rest, zo is het inderdaad echt.’’ Al die trainingsarbeid heeft haar geen windeieren gelegd: ,,Voor OKK-begrippen turn ik op een heel hoog niveau, tweede divisie landelijk. Mijn doel is steeds weer om de landelijke finale te halen.’’ 

Caroline is 24 en merkt dat steeds meer turnsters van haar leeftijd zijn afgehaakt. ,,Veel meiden stoppen als ze 16, 17, 18 zijn. Ze gaan andere dingen leuker vinden of krijgen last van blessures. Ik heb gelukkig nooit zware blessures gehad en kan niet zonder turnen.’’ Of ze ooit de ambitie heeft gehad om voor de echte top te gaan? ,,Ik heb daar wel wat van gezien, maar ik weet niet of ik dat had gewild. Ik ben ook nooit op zoek geweest naar andere vereniging. Ik vind het leuk zo en prima te combineren met mijn werk.’’ 

Na de HAVO heeft ze de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding afgerond. Ze werkt als vakleerkracht gym in Rotterdam en Capelle aan den IJssel. Ook traint ze verschillende groepen bij OKK, zoals de meisjesgroep 6-7 jaar. ,,Ik was dertien toen ik daar mee begon. Er was een probleem op de dinsdagavond en mijn moeder vroeg of ik wilde helpen. Op mijn veertiende ben ik de assistentencursus gaan doen en later toen ik de HALO deed heb ik ook mijn licentie gehaald voor turnen.’’ 

Naast de meisjesgroep traint ze de A-selectie en de jong talenten. ,,Ik vind de groep 6-7 een leuke leeftijd. Het turnen is nog heel basis, maar die meisje zijn heel erg enthousiast. Bij de selectie is het leuk dat ik dingen die ik zelf heb geleerd nu aan anderen probeer over te brengen. Lesgeven vind ik erg leuk. Nog niet zo leuk als zelf trainen, maar een goede tweede. Ik ben hier vijf dagen per week bezig, waaronder drie dagen zelf trainen. 

Daarnaast doe ik nog veel andere dingen voor OKK.’’ Zo is ze een paar jaar geleden gestart met het turnkamp. ,,We doen dat nu voor het vierde jaar. 

De planning en organisatie is mijn verantwoordelijkheid en voor de uitvoering krijg ik heel veel hulp. Ik wilde iets voor de vereniging doen en het kamp was vanaf het begin een succes. Dit jaar gaan we met 46 meiden en 10 jongens. Daarnaast heb ik een paar keer de filmavond georganiseerd en bij de meeste activiteiten van OKK ben ik aanwezig. Ik ben inderdaad vergroeid met deze vereniging. Door mijn familie, maar ook door wat ik zelf voor OKK doe.’’ 
Gelukkig is haar vriend net zo gek van sport als zij. Hij komt uit Den Haag en is fanatiek bezig met kanopolo. Binnenkort gaan zij samenwonen. In Ridderkerk, vanwege OKK. Haar doel op dit moment is het behalen van de landelijke finale: ,,Dat is me negen keer eerder gelukt, dus ik hoop dat het me nog een tiende keer lukt. Of ik stop als dat me lukt? Haha, dat denk ik niet. Wat ik wel weet is dat ik mezelf hier over tien jaar nog wel les zie geven...’’

Bianca Klapwijk

In de mensen van OKK komen personen aan het woord die iets met de vereniging te maken hebben. Bestuursleden, begeleidsters en trainsters, leden, van jong tot oud. In deze aflevering is de beurt aan de voorzitter van OKK: Bianca Klapwijk.

 
,,Als alles straks geregeld is, dan hebben we wel iets’’, zegt Bianca Klapwijk. De voorzitter van OKK kijkt door het raam van het kantoortje in de zaal waar een meisjesgroep aan het turnen is. ,,De zaal is super, een enorme vooruitgang ten opzichte van de Graaf Lodewijkstraat. We zijn zeker op tien punten vooruitgegaan, maar juist daarom is het vervelend dat een aantal dingen niet goed is gegaan.’’
Sinds april 2012 is Bianca voorzitter van OKK en sinds die tijd is ze vooral bezig met zaken rond de verhuizing naar de nieuwe zaal, De Werf. ,,We hadden verwacht dat het allemaal wat soepeler zou gaan. Helaas is dat niet het geval. Een aantal dingen is niet goed gegaan en dat heeft veelal met communicatie te maken. Wij hebben veel toestellen, maar nauwelijks bergruimte. Dat hebben we lang geleden aangegeven, maar daar is niets mee gedaan. Nu is dat niet meer op te lossen.’’
Ondanks dat deze zaken en de administratieve afhandeling van de Graaf Lodewijkstraat veel tijd opslokken, benadrukt zij graag de leuke dingen. ,,Ik krijg zo veel positieve energie terug’’, zegt ze. ,,Ik vind het bovendien leuk om te doen en heb het gevoel dat ik de vereniging verder kan helpen. Het is overigens voor alle bestuursleden hard werken om een verenigingen als OKK, met meer dan 400 leden, draaiend te houden.’’
Haar geschiedenis met OKK gaat bijna veertig jaar terug. Op haar vierde werd ze lid van de vereniging. ,,Ik ben begonnen met kleutergym en toen ik zes, zeven jaar was, ben ik naar de selectie gegaan. Met sommige mensen die er toen al waren, ben ik al heel lang door het turnen verbonden. Bij sommige mensen ben ik op hun huwelijk geweest en op kraamvisite na de geboorte van hun kinderen. Dat is echt een familiegevoel dat via de vereniging is ontstaan.’’
Toen Bianca 18, 19 was en verkering kreeg, werd ze minder fanatiek in turnen. Wel bleef ze zich inzetten voor OKK. ,,Ik ging een groep trainen, een jurycursus volgen en werd jurylid bij wedstrijden. Daarna werd ik gevraagd als bestuurslid, dat was eigenlijk een logisch vervolg op wat ik allemaal voor de vereniging deed. Ik had nog geen kinderen en had dus alle tijd om me voor OKK in te zetten.’’ Daarnaast deed en doet ze nog steeds aan andere sporten, zoals tennis, steps, aerobics en hardlopen.
Ze zit nu zo’n twaalf jaar in bestuur, was een tijdje vice-voorzitter, maar had niet de ambitie om ook daadwerkelijk voorzitter van de vereniging te worden.  ,,Dat kwam op mijn pad en ik vind het, zoals gezegd, erg leuk. Een aantal mensen zit al jaren in het bestuur, maar gelukkig komen daar zo nu en dan nieuwe krachten bij. Dat is ook alleen maar goed voor de vereniging, af en toe vers bloed erbij.’’
,,We hebben nu zo’n 430 leden, maar we streven ernaar dat aantal uit te bereiden tot 500. Dat hadden we een aantal jaar terug ook en dan zit je als vereniging net wat ruimer in je jasje. Dan zouden al onze groepen ook goed gevuld zijn. We doen er veel aan om dat te realiseren. We flyeren op scholen, werken mee aan workshops en bredeschoolactiviteiten om kinderen enthousiast  te krijgen. We hebben een tijdje ook hiphoplessen gehad, maar helaas kreeg de docente een nieuwe baan en het is ons niet gelukt om een vervangster te vinden, heel erg jammer.’’
,,We willen ook proberen de overgang van het succesvolle ouder en kind gym naar de kleutergroepen beter te laten verlopen, omdat we merken dat daar behoorlijk wat mensen afhaken. Jammer, want het houdt niet op als kinderen 4 worden en naar school gaan. Sporten en bewegen blijft belangrijk voor kinderen. Ik probeer mijn kinderen ook te stimuleren om lekker te bewegen en plezier te hebben. Vooral dat laatste is belangrijk en een goede balans tussen school, sporten en ontspanning.’’
Zelf geeft Bianca om de beurt met Heleen Bervoets conditietraining aan de dames. ,,Dat vind ik nog steeds ontzettend leuk om te doen. De oudste deelneemster is 77 en is elke week present en dat geldt voor vrijwel alle dames. De meeste van hen komen al jaren.’’ Van de ouder en kind gym, via de kleutergroepen en verder naar de damesgroep blijkt OKK letterlijk een vereniging voor jong tot oud.
Waar OKK voorheen vooral een vrouwenbolwerk was, is er inmiddels ook een snel groeiende jongensgroep. ,,Op termijn hopen we dat daar een wedstrijdgroep uit kan ontstaan. 
Gevraagd naar haar ambities voor de komende tijd, hoeft Bianca niet lang na te denken: ,,Het administratief en organisatorisch afhandelen van de verhuizing naar De Werf is een mooie ambitie, we zitten daarvoor regelmatig met alle partijen aan tafel. Daarnaast hopen we alle uren die we hebben te kunnen vullen en op termijn weer die 500 leden grens aan te kunnen tikken. Dat is een mooie ambitie om de komende jaren met z’n allen keihard aan te werken.’’

Nieuwe redactiemedewerker: Vincent Wernke

Het bestuur en de webmaster zijn blij met het aanbod van Vincent Wernke, de vader van turner Jip, om redactioneel ondersteuning te verlenen. In het menu kun je zijn aandeel aan de door hem verzonnen nieuwe rubriek "De mensen van OKK" kiezen.

 

Vincent komt niet uit de turnwereld, maar schrijft veel artikelen voor de Havenloods en soms voor de Combinatie. Het schrijven doet hij daarnaast vooral voor zijn werkgever, de voetbalclub Excelsior, waar hij verantwoordelijk is voor alle teksten op de website www.sbvexcelsior.nl. Hij heeft ook een eigen website met een veelheid aan onderwerpen, maar met boeken, muziek, film en theater als hoofdmoot ( zie www.vincentwernke.nl).

 

Via de rubriek "De mensen van OKK" wil hij via een maandelijkse bijdrage steeds iemand anders van OKK voor het voetlicht brengen, zodat ook de buitenwacht weet wie er achter de schermen bezig zijn voor onze vereniging.